- Details
Dit artikel is een vervolg op het artikel “In the beginning” dat ik in 2007 schreef naar aanleiding van de vraag van Jos: “Hoe ben je met (zee)kajakken in aanraking gekomen?”.
Ik schreef onderin dat artikel heel globaal over het vervolg tot en met het zeekajakken. Het heeft even geduurd, maar nu pas ben ik aan het vervolg begonnen over de afzonderlijk discipline waar ik doorheen ben gegaan.
In deze serie artikelen ga ik stap voor stap langs alle disciplines.
Toervaren
Branding varen ging gewoon door, maar onderhand was ik al aardig in de club ingeburgerd en trok ik veel op met Theo en Ruud. Later kwamen daar Hans en Ferd nog bij.
Maar met Theo en Ruud gingen we heel vaak naar toertochten bij diverse verenigingen. Vaak waren dat tweedaagse evenementen en kampeerden we daar ook. Zo kon het gebeuren dat we op de helft van alle weekenden in en jaar niet thuis waren. Zo hebben we heel wat van Nederlands binnenwater gezien en bevaren.
- Details
Ervaringen van een zeekajakvaarder –
2023 langs de oostkust van Telemarken
Als zeekajakvaarder heb ik vaak gezocht naar informatie over getijstromen in Noorwegen. Ik ben natuurlijk gewend aan de mooie Nederlandse overzichten van de stromingen in de Waddenzee en langs de kust. Maar dergelijk overzichten voor Noorwegen heb ik tot op heden nog niet gevonden. Wel als het gaat om de extremen; toen wij in 2011 bij de Lofoten een trektocht met zeekajaks wilden maken, toen vond ik wel informatie op de Norske Los daarover. Maar ja, daar is ook scheepvaart die baat heeft bij informatie. Bij de Lofoten kan het onder invloed van het getij hard stromen. Dus daarover vind je voor bepaalde doorgangen wel informatie. Maar toen ik naar informatie zocht over een gekoppelde doorgang tussen eilanden was er niets te vinden. Ik heb me toen moeten behelpen en heb geprobeerd de bestaande informatie te interpreteren. Dat is per ongeluk goed gelukt want in het begin merkten we al dat we stroom mee hadden. En in de smalle uitgang van die doorgang ervoeren we een enorme stroomversnelling die ons er met 10 km/uur “uit spuugde”.
Datzelfde geld voor “eenvoudige fjorden”: met opkomend water staat er stroom naar binnen, met afgaand water staat er stroom naar buiten. De sterkste stroom ondervind je 3 uur voor hoogwater. Maar hoe sterk die stroom is, dat wordt bepaald door vele factoren, waarvan de belangrijkste het bodemprofiel is.
Ik denk dat de informatie die ik voor het zeekajakken zoek, er simpelweg “ nog” niet is omdat er in Noorwegen verhoudingsgewijs minder zeekajakkers zijn dan er motorbootjes en schepen zijn.
In Noorwegen, als zeevarend land, is er natuurlijk wel genoeg informatie over “getij”stromingen, golven, gevaarlijke zeegebieden en dergelijke. In het boek Flø og Fjære, dat ik ooit kocht, is genoeg informatie beschikbaar. En ook het Norke Los (te downloaden in het Noors) geeft heel veel informatie voor delen van Noorwegen en zeker over gevaarlijke gebieden voor de scheepvaart. Er staat bijvoorbeeld beschreven dat ze alle vissers en kapiteins van schepen eens hebben gevraagd om informatie over plekken op zee die zij gevaarlijker dan gemiddeld vinden. Daar was best veel response op en nu zijn die plekken inderdaad ook lang de hele kust in die boeken op een kaart aangegeven. Helaas is dat voor kajakkers meestal niet relevant omdat ze vaak ver op zee liggen. De uitzonderingen daargelaten, maar dan gaat het meestal over gebieden waar je zelf al je bedenkingen hebt.
Alhoewel ik bekent sta als iemand die de uitrusting voor zeekajaktochten goed op orde heeft is de bekendheid met zeestromingen langs de Noorse kust voor mij niet zo volledig als ik dat zou wensen.
Om dat te compenseren is het voor mij belangrijk om zelf de omstandigheden op zeekajak-niveau in te schatten. Dat betekent om voor vertrek dagelijks de planning op de kaart te beoordelen op de bodemstructuur. Daarmee kan je proberen te concluderen of er kans is voor getijstroming en de kans op golven. Dit natuurlijk niet waterdicht.
En daarbij natuurlijk ook het weer meewegen! Dat Is echter veel betrouwbaarder.
En zodoende hadden we de laatste 14 jaar nergens langs de Noorse- en Zweedse kusten verrassingen door onverwachte of vervelende stromingen. (Hooguit dat we door onbekende zijstroom lokaal een iets andere koers voeren.)
Dus op al onze tochten peddelden we altijd onbezorgd over Noorse wateren. Hooguit waren vooral windsterkte en golfhoogtes het belangrijkste punt om rekening mee te houden.
Soms was dat redelijk makkelijk want voor op de Lofoten hadden we de juiste informatie wel gevonden; informatie die ook voor scheepvaart nuttig is.
Wat lastiger was een tocht aan de westkust, ten noorden van Haugesund: Dat was een pijnlijke ervaring doordat daar was het verschil tussen eb en vloed ineens bijna een meter hoger dan ten zuiden van Haugesund. Dat hadden we nog niet tot ons door laten dringen. Het gevolg was toen dat de baai, waar we een prachtig kampeerplekje vonden, de volgende ochtend geheel was leeggelopen en er geen zandstrand maar veld vol met keienveld te zien was. Dat was echter een beginners foutje. Inmiddels hebben we de tijden van en eb, vloed en het getij verschil op een geplastificeerd kaartje bij de hand en kijken we vooraf ook kritisch naar de zeebodem bij een plekje
Tot zo ver mijn ervaringen met de schaarste aan informatie over stromingen voor zeekajakkers.
Hieronder wil ik mijn ervaring delen over het bevaren van de fjorden ten zuiden van Porsgrunn.
Ook op 21 augustus 2023 voeren wij blij en vrij rond langs de kust van Telemarken. Zie hier het verslag.
Totdat we dit jaar het het fjord Gamle Langesund, dat langs Porsgrunn loopt, in voeren. In het verslag kan je lezen dat we al varend ons vaarplan van die dag aanpasten na heel veel golfslag aan de zeekant van een eiland (een klotsbak als gevolg van zee tgv storm een 2 dagen eerder. Maar ook ten gevolge van het bodemprofiel EN mogelijk ook wat getijstroom met afgaand water.)
Ons geïmproviseerde plan B, dat we ter plekke bedachten, was om het fjord Dypingen, langs de oostkant van het eiland Geitøya, in te varen. Daarbij hadden wel wat meelopende forse zeedeining maar dat was geen probleem.
Condities: weinig wind en meelopende flinke zeedeining. (klik hier voor film)
We voeren tot aan de noordkant van dat eiland om vlak langs de oever ergens een plekje te vinden waar we op ons gemak de zeekaart eens goed konden bekijken. Het was nu nodig om te kijken hoe we hier gingen oversteken. Op de zeekaart vind je vaak veel detailinformatie voor het verdere plan dat we nu door de omstandigheden nog niet hadden. Dat plekje vonden we niet want we werden telkens uit de inham naar buiten gezogen. Het woelige water naast onze inham had me eigenlijk het denken moeten zetten. Maar zoals ik schreef voeren we hier “blanco” in zonder dat we een plan hadden kunnen maken voor deze onverwachte verandering van het plan. Deze inham was dus niet de plek om een plan te bedenken.
Dus ik improviseerde en zei: laten hier vandaan dan maar recht oversteken: koers pal noord, want er staan geen lelijke golven. Dat deden we.
Maar: het feit dat er geen lelijke golven zichtbaar waren bleek niet de garantie dat de oversteek van een leien dakje zou gaan. We staken van wal en al snel kwam er van rechts een dikke stalen paal met scheepvaart lichten opdoemen. We hadden inmiddels door dat er stroom stond. We sloegen rechtsaf om de paal aan lijzijde te ronden want we wilden nog steeds naar het noorden. Dat ging wel prima, maar toen we zo’n beetje achter de paal voeren doemde er een enorme golf van 1,5-2meter hoogte op; tegengesteld aan de stroomrichting van het afgaande water. Die golf voelde als een dilemma want nu werden we vanuit tegengestelde richtingen belaagd door de stroom EN door een golf. De vraag was wie het zou winnen want als de golf zou winnen zouden we mogelijk op de paal gesmeten kunnen worden. Ik schreeuwde daarom: Zo hard mogelijk omhoog peddelen! Met alle kracht die je hebt!!!
Dat lukte want we peddelden langzaam die "waterberg" op en daarachter was alles normaal en konden we onze oversteek naar het eiland ten noorden van ons vervolgen. Zonder dat we daar ook maar iets van stroominvloeden konden merken. In hetzelfde water waar we de oversteek begonnen !!! Bizar.
Deze ervaring heeft me nog lang bezig gehouden.
Tot nu. Dus ben ik thuis gaan zoeken naar informatie en heb ik geprobeerd te begrijpen wat ons overkwam. Voor een deel was het zo, denk ik, waren we op het verkeerde moment op de verkeerde plek door een toevalstreffer met de ontmoeting van die grote golf. Maar stel dat dit zo was, dan vind ik dat niet acceptabel en zou ik willen bekijken wat een beter plan was geweest op die dag.
- Details
Dit artikel is een vervolg op het artikel “In the beginning” dat ik in 2007 schreef naar aanleiding van de vraag van Jos: “Hoe ben je met (zee)kajakken in aanraking gekomen?”.
Ik schreef onderin dat artikel heel globaal over het vervolg tot en met het zeekajakken. Het heeft even geduurd, maar nu pas ben ik aan het vervolg begonnen over de afzonderlijk discipline waar ik doorheen ben gegaan.
In deze serie artikelen ga ik stap voor stap langs alle disciplines.
Branding varen
In de periode van de wedstrijden maakte ik ook kennis met leden die in de branding voeren.(Arthur, Ronald, Wim Vermeulen). Varen in de branding leek me geweldig en ik voelde me enorm daartoe aangetrokken. Ook al hield ik niet van zwemmen, maar in een kano voelde ik geen angst.
Ik heb een paar keer meegedaan en mocht ook altijd even in één van hun kano’s varen. Dan vond ik wel heel leuk, maar de kuipen van deze grotere en bredere mannen waren veel te ruim voor mij zodat ik er altijd regelmatig mee omsloeg omdat ik te weinig contact had..
In die tijd ging ik ook meedoen aan het leren eskimoteren. Daarvoor kon de club terecht in een klein zwembad naast de wedstrijdbaan in het Amsterdamse bos.
- Details
Zoals geschreven in het verslag over de onverwachte golven die we bij het ronden van het eiland Kråka hebben ervaren, hield me dat nog bezig ook toen we weer thuis waren. Opgemerkt kan worden dat het een vrijwel windstille ochtend was waarbij er tussen 8.00h en 12.00h nagenoeg geen golfslag hadden: we vertrokken om 8.00h op een spiegelgladde zee in de mist. Wel een opmerking dat het de voorafgaande dag stevig had gewaaid had tot 7 bft.
Waarom me dit nog steeds bezig hield? Omdat wij en in de afgelopen jaren nog nooit zo duidelijk stroom hadden ervaren. Maar ook omdat er in of over Noorwegen nergens melding wordt gemaakt van getijstromen. Of toch jawel: maar dan alleen bij heftige stromen zoals bij Saltstraumen waar de snelheid van het water 12 - 20 knoop bedraagt; afhankelijk van het getij
Verder vind je in bijvoorbeeld de “Norske Los” (Het handboek voor scheepvaart over Noorwegen) alleen de informatie dat in een smalle fjord of inham bij stijgend water de stroom naar binnen loopt en bij afgaand water weer naar buiten waarbij de sterkste getijstroom 3 uur voor Hoog Water is. Daar moet je het mee doen!
Je zult begrijpen dat ik het optreden van golven bij Kråka een uitgelezen fenomeen vond om dit proberen te begrijpen.
De track rond dit eiland en de plek waar golven waren:
Een film van het tweede deel van de golf-passage:
- Details
Deze zomer kozen Tiny en ik voor een zeekajak-vakantie in Noorwegen waar we het gebied rond Kragerø eens grondig wilden verkennen. We voeren in 2010 weliswaar ook langs dit gebied maar voeren deze lagune van eilanden toen buitengaats voorbij. Nu echter willen we dit gebied met zijn vele eilanden beter verkennen.
Ons plan.
Een trektocht van 15 dagen in onze zeekajaks langs de eilanden in het gebied Telemarken aan de oostkust van Noorwegen. We namen voor 16 dagen gedroogd eten mee. Onderweg konden we drinkwater tappen bij jachthaventjes en een paar andere plekken die we wisten. Per keer konden we 16 liter drinkwater laden.
Omdat je in Noorwegen wild mag kamperen, mits je tenminste 150 meter van bewoonde huizen blijft, hadden we op onze zeekaarten aangegeven waar we FriOmrades (FO) Konden vinden. Dat zijn, zeg maar picknickplekken en zwemstranden, waar je ook kunt kamperen. Soms wel met een instructie voor veel bezochte plekken, dat je er maximaal 2 dagen met je tent mag blijven. Door deze plekken op de kaart te zetten voorkomen we een hopeloos zoeken naar een geschikte overnachtingsplek.
De te varen route bepalen we per dag afhankelijk van het weer en wat ons leuk lijkt.
De route zoals gevaren; inclusief onze wildkampeerplekken en plekken waar we drinkwater haalden, staat hieronder:
- Details
Dit artikel is een vervolg op het artikel “In the beginning” dat ik in 2007 schreef naar aanleiding van de vraag van Jos: “Hoe ben je met (zee)kajakken in aanraking gekomen?”.
Ik schreef onderin dat artikel heel globaal over het vervolg tot en met het zeekajakken. Het heeft even geduurd, maar nu pas ben ik aan het vervolg begonnen over de afzonderlijk discipline waar ik doorheen ben gegaan.
In deze serie artikelen ga ik stap voor stap langs alle disciplines.
Wedstrijdvaren
Na een paar jaar in het kanocentrum te hebben gevaren werd ik in 1972 lid van de Windhappers in Leidschendam.
Daar voer ik eerst alleen op de Vliet in een oude houten R1S van de club. Daar was ik snel mee klaar en kocht van de club een “afgeragde” polyester K1 (Toen al ca. 20 jaar oud). Ik had wel affiniteit tot wedstrijden want alles wat ik deed moest snel voor mij: fietsen, rennen en dus ook kanoën.
Ik heb veel werk aan het opknappen van de K1 gehad:
- Details
Eigenlijk hadden we andere plannen want het getij was gunstig om een zeekajaktocht naar Simonszand te maken. Dat zou dit jaar interessant kunnen zijn omdat de vaargeulen langs het eiland ingrijpend veranderd waren.
Echter de omstandigheden waren niet gunstig voor deze tocht qua wind en omdat er ook nog onweer dreigde.
Daarom besloten we een tocht te varen van Medemblik naar De Kreupel en weer terug. We twijfelden wel even door een tegenstrijdigheid in de voorspellingen van het KNMI. Zij gaven namelijk code geel voor onweer af in een aantal gebieden in Nederland: en dus niet voor het IJsselmeer. In het marifoonbericht hielden ze echter een slag om de arm met “kans op onweer”.
Alles afwegende besloten we naar de Kreupel te gaan. We gingen uit van de code geel die niet voor het IJsselmeer gold, maar ook omdat het weer er goed uitzag en het eventuele onweer pas in de avond kon komen.
We waren met z’n vieren: Jos, Wieger, Tiny en ik.
We hadden een heerlijk tocht met een wind van 5 bft die ons in korte tijd naar de Kreupel bracht.
Daar hadden we alle tijd voor een uitgebreide lunch.
foto: Jos
Voor ons gemak zetten we een tarp op om ons te beschermen tegen de wind die ons toch wel deed afkoelen.
- Details
foto: Kasper
Het is inmiddels een traditie om een week in juni een trektocht met zeekajaks te maken. Dit jaar is het de elfde keer. De bemanning varieert maar weinig, soms door omstandigheden. We, dat zijn dit jaar: Henk, Jos, Theo, Kasper en ik.
Dit keer is de keuze voor de derde keer gevallen op Noorwegen (23 juni - 5 juli). We begonnen op een strandje vlakbij Fevik dat ons was aanbevolen door de voorzitter van de kanovereniging in Arendal voor de parkeermogelijkheid aldaar. Omdat we daar niet mogen kamperen omdat het een drukbezochte zwemplek is, voeren we eerst naar Gjessøya waar we een kampeerplek weten. En inderdaad: er waren heel veel zwemmers op het strand en voor onze auto’s was nog maar weinig plek.
Eerst nog even water halen op Merdø en toen begon het mooie leven weer.
- Details
De Kielstrip.
Als je elke jaar wel een paar keer in de buurt van rotsige kust met de kajak vaart dan loop je best wel regelmatig wat krassen op de kajak op. Vooral de kiel is daar gevoelig voor.
Om te voorkomen dat je daar lekjes krijgt heb ik een kielstrip aangebracht. Tegenwoordig heb je daarvoor zelfklevende strips voor die je kunt aanbrengen. Best handig. Het enige nadeel is dat als je naar het warme zuiden gaat dat de kielstrip in de warme zon op het autodak kan verschuiven door contact met de kajakbeugels op het dak omdat de kleeflaag van de strip flexibel wordt bij hoge temperatuur.
Daar heb ik geen last van omdat die zelfklevende strips nog niet bestonden toen mijn kielstrip werd aangebracht in 1968. Het is dus een zwarte strip van Gelcoat (is van polyester) die met de kwast is aangebracht. Waarom zwart? Omdat zwart duidelijk afsteekt tegen de witte bodem van de kajak zodat je goed kunt zien wanneer je weer moet bijwerken omdat je dan de witte bodem hier en daar door de kielstrip kunt zien.
- Details
Toen ik me vorige week me afvroeg waar het artikel over de "Bowroll rescue" op mijn weblog ook al weer precies over ging, zag ik dat de website, die de schrijver Johm Martin in 2007 had gemaakt over deze interessante techniek, niet meer actief was.
Op internet kon ik alleen nog een matig scherpe YouTube-film hierover vinden.
Aangezien ik het artikel dat hij had geschreven voor het tijdschrift "Sea Kayakker" (dat helaas een aantal jaren niet meer bestaat) nog wel in mijn archief zit, heb ik artikel gescand en als bijlage bij dit artikel gevoegd.
[ ← Klik op de afbeelding links om het artikel te lezen]
Op mijn weblog kan je nog 3 eerdere artikelen over deze techniek vinden: