kajak-ontwerp en vaar-eigenschappen

Verschillende types zeekajaks hebben andere vaareigenschappen. Dat heeft alles te maken met het ontwerp van de kajaks. Uiteraard moet je bij die vergelijking uitgaan van een vergelijkbare passing van de kajakker in de kuip. Een passing waarbij de kajakker in elke kuip goed contact heeft voor heupen, knieën en voeten.
Je kunt niet zeggen dat er veel slechte zeekajaks bestaan. Je kunt echter wel zeggen dat elke kajak zijn plus- en minpunten heeft.
De koper bepaalt zelf of hij of zij bepaalde nadelen of minpunten accepteert. Daarom is het belangrijk dat je voor jezelf de voor- en nadelen benoemt. Daardoor kun je er rekening mee houden of ze geschikt zijn voor het gebied of het weer waarin je wilt gaan varen.

Als ik een kajak ga testen kijk ik ook altijd eerst naar de vorm van de kajak. Je ontwikkelt een soort zintuig dat aan de hand van de vorm van de kajak probeert te voorspellen hoe de kajak zal functioneren. Dit komt natuurlijk niet altijd uit en soms moet je een mening daarover later bijstellen. Dat is het leerproces. Sommige zaken zijn eenvoudig te voorspellen. Andere zijn nog steeds een verrassing.
Ik vind het altijd weer frappant dat er vaak al na een eerste stukje varen een soort aandachtspunt ontstaat dat later in de test een beetje centraal komt te staan. (Dat zal ook wel wat te maken hebben met de opgedane ervaring bij het varen in veel veschillende zeekajaks.)

Het meest verbazingwekkende, dat we bij het testen telkens hebben ervaren, was het enorme positieve effect van het qua contact pasmaken van de kajak voor de kajakker. Dit komt helemaal ten goede aan de vaareigenschappen.

Vaar-eigenschappen:

Oploeven versus afvallen

  • Oploeven betekent dat de kajak tegen de wind in wil draaien.
  • Afvallen betekent dat de kajak met de wind wil meedraaien.
De ideale zeekajak, die met een variabele scheg is uitgerust, loeft onder normale omstandigheden op met de variabele scheg in en valt af met de variabele scheg naar beneden.

Met zo'n zeekajak kan je onder bijna alle omstandigheden makkelijk van koers veranderen.

Als je een kajak ziet waarvan je het zitje naar voor of achter kunt verstellen dan is dat ook een manier om haar te trimmen op oploeven of afvallen.
Teveel verstellen van het zitje kan weer ander gedrag veroorzaken: zoals slechte koersvastheid in meelopende golven of duiken in golven, ed.

Een andere manier waarmee je de eigenschappen van een kajak kunt veranderen is de manier van beladen van het voor- en achter-compartiment:
  • het voorschip in verhouding zwaarder beladen dan het achterschip zal de kajak meer laten oploeven.
  • het achterschip in verhouding zwaarder beladen dan het voorschip zal de kajak meer laten afvallen.
Deze beide methoden om te trimmen (veranderen belading of zitje) zijn beslist af te raden als een definitieve aanpassing van het gedrag van een kajak. Je beïnvloedt daarmee, misschien in negatieve zin, namelijk veel meer eigenschappen van de kajak: Eigenschappen waarvoor de kajak niet is ontworpen. Wel kun je deze 2 "trucjes" toepassen als tijdelijk oplossing voor problemen onderweg.

OPM: Als je moeite hebt vast te stellen of je kajak oploeft of afvalt, vaar dan in het donker eens naar verlichte rode of groene boei. Dan is heel duidelijk vast te stellen wat de kajak doet.

Oploeven

Ik denk dat iedereen weet wat oploeven is: de kajak draait tegen de wind in. Als je niets zou doen vaar je na een tijdje bijna recht tegen de wind in. Dat is wel de makkelijkste koers als de zee woelig is. Daarom vind ik een kajak die iets oploeft een veilige kajak. Als je het even gehad hebt en wilt uitblazen kom je vanzelf recht tegen de wind in: de makkelijkste positie om even uit te rusten.

Ik ken vier oorzaken die samen het oploeven verklaren:

Eén oorzaak is heel simpel zichtbaar te maken:
Als de wind van de zijkant tegen de kajak blaast geeft het water een tegenkracht op het onderwater-aanzicht (dat heet het lateraal oppervlak) van de kajak. Hier rood en groen afgebeeld.
Omdat de boeg altijd wat smaller is steekt die iets dieper dan het achterschip dat vaak wat breder en daardoor vlakker is. Hieronder heb ik aangegeven hoe groot dat lateraal oppervlak voor en achter het draaipunt (= de vaarder) van de kajak is.

Het groene vlak is groter dan het rode en geeft dus meer zijdelingse weerstand. Daardoor wordt de rode achterkant door de wind weggeblazen. Met andere woorden de boeg draait in de wind.
Het effect van de variabele scheg is zo ook heel duidelijk: je maakt het lateraal oppervlak achter de peddelaar groter door het zijdelingse oppervlak van de scheg, waardoor beide oppervlakken in met elkaar balans kunnen komen.

De tweede oorzaak van oploeven is:
Als de kajak recht vooruit vaart ontstaat er op de linker- en rechterzijde van de boeg een gelijke druk door het water dat de boeg opzij duwt. Tegelijkertijd ontstaat er achter de kajak een werveling. Die oefent ook een druk uit op weerszijden van de achtersteven. Aangezien links en rechts gelijk is vaart de kajak stabiel rechtuit.
Dat verandert als de wind van opzij tegen de kajak blaast: dan geeft het water aan de voorzijde meer tegendruk dan aan de achterzijde. Dus wordt de achterzijde weggedrukt en draait de neus in de wind.
Aangezien het verschil in druk wordt opgebouwd door snelheid betekent dit dat de mate van oploeven wordt beïnvloed door hoe snel je vaart. Dus hoe harder je vaart hoe meer de kajak oploeft.
Informatie van: Wayne Horodowich (www.paddling.com)

De derde oorzaak van oploeven kan zijn als je de kajak zodanig belaadt dat het voorste compartiment zwaarder beladen is als het achterste compartiment.

Een vierde oorzaak kan zijn dat, als je deklast op je achterdek aanbrengt , je kajak bij zijwind ook (meer) oploefneigingen krijgt. Dit is natuurlijk afhankelijkvan de hoogte van de last.

Afvallen

Waarom is afvallen een vervelende eigenschap van een zeekajak?

Dat komt doordat je de ophaalbare scheg niet kunt gebruiken om dit te corrigeren, maar het moet oplossen met peddeltechniek. Daarbij moet je ook nog eens met de wind mee opkanten (de kajak aan de kant van de wind omhoog) en ook boogslagen aan de benedenwindse kant maken. Daarmee breng je jezelf in een minder stabiele situatie en loop je kans dat je omslaat. Door de kans op omslaan ga je automatisch minder opkanten. Dus lukt het je waarschijnlijk niet de koers varen die je wilt, tenzij je heel hard gaat werken door dit te compenseren met heel krachtige boogslagen aan 1 kant. Iets wat je niet zo erg lang kunt volhouden.

Daarom vind ik afvallen één van de slechtste eigenschappen die een kajak kan hebben in slecht weer.

Ik ken 2 vormen van afvallen:
  1. Eén die veroorzaakt wordt door het ontwerp van het onderwaterschip. Bijvoorbeeld een kajakontwerp met (te) grote integrale scheg. Dit euvel zal evenwel vrijwel nooit voorkomen en is ook eenvoudig te verhelpen door de scheg iets kleiner te maken. (noot: waardoor de kajak wel meer gaat oploeven)
    Het effect van die integrale scheg kan je vergelijken met het varen in sterke zijwind met de variabele scheg geheel naar beneden: De kajak gaat dan, als de scheg niet te klein is, afvallen.
  2. De tweede oorzaak voor afvallen is een indirect gevolg van een kajak-ontwerp met een hoge koersvastheid , een integrale scheg of een lange waterlijn aan de achterzijde, een volumineuze boeg of een combinatie van deze aspecten. Eigenlijk moet je dit niet afvallen noemen omdat de oorzaak totaal verschillend is met de gangbare opvattingen over afvallen. Maar omdat mij geen andere naam hiervoor bekend is, wordt dit effect hier beschreven.
Ingaand op de tweede oorzaak:
In sommige weersomstandigheden kan je door een kajak-ontwerp met één of meerdere van bovengenoemde kenmerken deze vorm van afvallen krijgen. De kajak is dan niet of moeilijk op een koers te houden.
De omstandigheden waarbij dit optreedt zijn: harde wind en de (korte) golven (vanaf ca. 40cm hoog) die je schuin tegen hebt.

Elke kajak zal dan afvallen. Dat komt omdat de boeg, op het moment dat je over een golftop vaart, door de wind opzij wordt geblazen. Als het daarbij een kajak betreft met bijv. een integrale scheg dan graaft die scheg zich nog dieper in het water in, terwijl de boeg omhoog gaat. De scheg gaat dan als een draaipunt gaat werken waardoor je nog meer afvalt.
Het ligt aan de kajak of je in het dal na die golf de kajak weer op koers kan krijgen voor je de volgende golftop beklimt. Met een zeer koersvaste kajak lukt dat niet of minder goed. Met een wendbare kajak is het dan makkelijker koers te houden.

Als het je niet lukt de goede koers te houden omdat de kajak afvalt, kan je in een positie komen met van achter inkomende golven die je onverwachts kunnen doen uitbreken. Het kan ook zijn dat qua koers dwars op de golven blijft hangen. Beide omstandigheden kunnen makkelijk tot omslaan leiden.

Je kunt behalve met peddeltechniek nog een paar dingen doen om met afvallen om te gaan:
  • Je kunt een andere koers te kiezen. Ik kan me voorstellen dat dit niet altijd kan. Als het niet lukt de gewenste koers aan te houden kan je er ook voor kiezen tijdelijk de koers aan te houden die je wel kunt varen en als je op een rustiger plekje komt dan de kajak op de goede koers te leggen.
  • Of je moet sneller gaan varen. Zoals uitgelegd bij oploeven gaat de kajak meer oploeven als sneller je vaart. Dus kan je met sneller varen de mate van afvallen reduceren of compenseren. Stel je hiervan niet teveel van voor in slecht weer.
  • Je kunt de belading veranderen: bijvoorbeeld door meer gewicht in het voorste compartiment te bergen. Let op: als je op je tocht ook nog een koers krijgt met de wind mee dan zal de kajak erg makkelijk uitbreken met zo'n belading en moeilijker op koers te houden zijn.
Een kajak die last heeft van afvallen (bijv als gevolg van vaste scheg of verlengde waterlijn) wordt NIET aanbevolen voor beginners op zee of groot water. Peddelaars met beetje ervaring wordt afgeraden met zo'n kajak te varen bij een windsterkte van 5bft. of meer.

OPM: Een kajak die bij matige wind heel neutraal vaart zonder gebruik van de ophaalbare scheg zou bij meer wind wel eens kunnen afvallen.

OPM: Hoe minder wind, hoe minder je iets van afvallen merkt en vaak zal je onbewust al met je peddelslagen bijsturen.

OPM: Hoe lichter de vaarder (of vaarder + boot en bagage gewicht), hoe meer kans op deze vorm van afvallen.

OPM: . Met een kajak die sterk oploeft kan je ook gebruik maken van het afvallen: Als je bij een koerswijziging, waarbij je meer met de wind mee wilt gaan varen, problemen hebt omdat de kajak dwars op de golven wil blijven varen, kan je de scheg geheel laten zakken. De kajak gaat dan afvallen en komt op de gewenste voor-de-windse koers. Daarna de scheg weer geheel of gedeeltelijk ophalen.

Koersvastheid en wendbaarheid

Deze beide begrippen zijn nauw met elkaar verbonden. Simpel gezegd zal een koersvaste zeekajak minder wendbaar zijn dan een wendbare kajak. Omgekeerd geld dat ook. Toch is daar wel een uitzondering op: sommige koersvaste kajaks zijn wel wendbaar als ze goed opgekant worden. Er zijn een aantal aspecten die allemaal tegelijk invloed hebben op de koersvastheid en wendbaarheid:

1. de kiellijn of rocker

De vorm van de kiellijn (of rocker / Engelse term) van de kajak: als de kiellijn recht is zegt men dat de kajak weinig rocker heeft. Is de kiellijn sterk gebogen dat zegt men dat de kajak veel rocker heeft.
zeeg
Hoe minder rocker: hoe koersvaster en minder wendbaar
Hoe meer rocker: hoe wendbaarder en hoe minder koersvast

2. De lengte van de kajak

Hoe langer de kajak is hoe koersvaster deze kan zijn. Alhoewel de andere aspecten dit wel kunnen beïnvloeden. Kijk maar naar zeer wendbare kajak's uit andere disciplines: polo en slalom kajak's zijn allemaal kort. Nog andere disciplines waarin men met kajak's stunt zijn zelfs extreem kort. Allemaal kajak's die zeer wendbaar moeten zijn

3. De vorm qua bovenaanzicht

Je kunt de kajak's indelen in 3 vormen qua bovenaanzicht:
vormen
  • Svedeform heeft breedste punt achter het zitje (gemeten tov midden van de waterlijn)
    Van deze vorm is bekend dat deze iets sneller is dan Fishform of symmetrisch.
    Deze vorm is wat minder koersvast. Door het plattere achterschip blaast de wind de achterkant eerder weg dan het smallere voorschip. Ze loeven dus gemakkelijk op.
    Extremere vormen hiervan (zoals bij wedstrijd kajak's) hebben een roer nodig. Zonder roer zijn deze best lastig te varen.
  • Fishform heeft breedste punt voor het middelpunt (van de waterlijn)
    Deze vorm geeft een iets betere koersvastheid.
  • Symmetrisch
    Dit is duidelijk: het breedste punt ligt in het midden.
De twee vormen Svedeform en Fishform leiden vaak tot zware discussies tussen kajak-ontwerpers. Men claimt vaak ook nog andere invloeden van deze vormen op wendbaarheid, rollen en .... Misschien klopt dat wel als je gaat kijken naar extreme vormen van deze 2 ontwerp-richtingen.

Bedenk daarbij dat er van zeekajak's géén (of maar weinig) voorbeelden zijn van extreme ontwerpen met deze twee vormen.
De verschillen zijn dus maar klein. Je moet ze vooral zien in combinatie met alle andere design aspecten.

Maar inderdaad: we hebben wel waargenomen dat het met een Swedeform-kajak, die we hebben getest in een zee waar de golven van achter kwamen, lastig was om koers te houden.
De eigenaars van zo'n kajak bevestigen dat wel, maar zijn daar inmiddels aan gewend of hebben zo hun trucjes bedacht om ermee om te gaan.

4. De vorm qua dwarsdoorsnede

v-bodem Een kajak met een V-bodem is koersvaster dan een kajak met een ronde of vlakke bodem

5. De vorm qua lengte-aanzicht

Dit aspect is nauw verweven met het aspect de "lengte van de kajak". Alleen gaat het hier om de lengte van de waterlijn in verhouding tot de totale lengte van de zeekajak.

voorbeeld met integrale scheg
v-bodem
voorbeeld met lange waterlijn
v-bodem

Een zeekajak met een integrale scheg of een zeekajak met een zeer lange waterlijn die doorloopt tot aan de achterpunt, die daardoor hoekig wordt, zal koersvaster zijn dan een kajak met de karakteristieke vorm van een zeekajak met lang oplopende voor- en achter steven.

Deze vormen hebben ook nadelen (ja alles is toch een compromis !) , maar daar is bij afvallen al over gesproken.

6. effect van opkanten op de wendbaarheid

Door te kanten til je bij veel kajak's de boeg en achtersteven iets uit het water. De mate waarin is afhankelijk van de vorm van de kajak. Daardoor wordt de waterlijn korter en zal de kajak makkelijker draaien. De kajak is in die stand dus wendbaarder.
Dit werkt het best als er geen golven staan.
Als er wel golven staan werkt dit minder goed en kan het best zijn dat je de kajak als minder wendbaar ervaart.

Dat komt omdat hier ook de stabiliteit als factor invloed heeft: als de kajak minder stabiel is en je evenwichtsgevoel is nog niet zo goed OF je hebt zwaar weer, dan durf of kan je minder opkanten en ben je dus minder wendbaar. Heb je daarentegen een stabiele kajak dan kan je waarschijnlijk verder opkanten zodat je nog best redelijk wendbaar bent.

knikspantEen kajak met knikspant vorm zoals een Eskimokajak of een kajak met scherpe kimmen of kimmen met slechts een kleine afronding, reageert meestal heel erg goed op opkanten.

Wat is prettig: koersvast of wendbaar
Of een zeer koersvaste kajak een voordeel is voor de kajakker?
Zo op het eerste gezicht zou je zeggen dat koersvast prima is: lekker makkelijk.

Volgens mij kun je daarover van mening verschillen. Ik kom daarop nog terug.

Voor wie is koersvast of wendbaar geschikt.
Een heel koersvaste kajak is misschien niet zo geschikt voor een beginner omdat deze in zo'n kajak goed moet kunnen opkanten en boogslagen moet maken. Iets wat niet elke beginner al kan.

Snelheid

Een snelle kajak spreekt vaak tot de verbeelding.
Maar ook kan snelheid een hulpmiddel zijn. Bijvoorbeeld: een snelle kajak kan voor iemand met minder kracht een hulpmiddel zijn omdat zo'n kajak bij normale peddelsnelheid lichter loopt.

Snelle kajak's nodigen ook uit tot wedstrijden. En inderdaad, er zijn ook wedstrijden met zeekajak's.

Als we praten over de snelheid van zeekajak's denk dan aan snelheden van 5-8 km/h. Dat geeft een aardig beeld. Reken voor de planning van een groep zeekajakkers met gemiddeld 6 km/h.

Uiteraard speelt kracht en conditie ook een grote rol. Maar denk bij snelle kajak's aan een haalbare snelheid van ca. 9-12km/h over een langere afstand gemeten.

Om het begrip snelheid los te zien van de motor, de peddelaar dus, kan je misschien beter spreken van maximale rompsnelheid. Boven die rompsnelheid loopt de kajak niet zo mooi meer door het water en gaat ze meer golven trekken waarbij de boeg omhoog komt.
Als je boven die maximale rompsnelheid nog sneller wilt gaan moet je relatief veel meer energie gaan gebruiken terwijl je maar weinig sneller gaat. Dat houd je dus niet zo lang vol.

Wat maakt een kajak snel?

Ook hier zijn verschillende ontwerpaspecten die de snelheid beïnvloeden:
  1. Lengte en waterlijnlengte

    Hoe langer de kajak, hoe hoger het snelheidspotentieel. Dus hoe hoger de rompsnelheid is.
    Eigenlijk gaat het hier om de waterlijnlengte want een ver overhangende boeg of achtersteven voegen weinig toe aan snelheid.

  2. Breedte

    Dit is heel duidelijk: hoe smaller de kajak hoe sneller. Uiteraard heeft een smalle kajak minder stabiliteit. Dat zal geen verassing zijn.

  3. Model van de boeg en romp

    Ook dit is voor iedereen te begrijpen: hoe scherper de boeg hoe beter de kajak door het water snijdt met minder weerstand , minder golfvorming en minder buiswater. Een bolle boeg zal spatwater geven en een flinke boeggolf waardoor de kajak per definitie trager is.
    Maar het moge duidelijk zijn dat ook hier sprake is van een compromis want een scherpe boeg glijdt minder over de golven, maar snijdt er door heen. Bij lage golven is dat waarschijnlijk een voordeel, maar bij grotere golven kan je, vooral als je met de golven mee vaart, te maken krijgen met dat de neus van de kajak onder water verdwijnt. Als dat te gek wordt kan je zelfs omslaan. Ook met een kajak, die een scherpe boeg heeft, door de branding naar de kust toe varen kan makkelijk tot een kaars leiden. Als daarbij de boeg van de kajak zo diep gaat, bijvoorbeeld tot op de bodem, kan het gebeuren dat je rechtstandig voorover over de kop slaat.

    Voor de romp geldt dat hoe slanker en vloeiender de lijnen van de kajak zijn hoe sneller de kajak is. Omdat hier ook meerdere aspecten samenwerken is het niet moeilijk te begrijpen dat de combinatie van een scherpe boeg en een hele brede kajak niet per definitie een snelle kajak maakt. Tenzij je de kajak heel lang maakt waardoor de lijnen toch weer vloeiend kunnen zijn.

    Bij lengte is gesteld dat de overhangende boeg of achtersteven weinig aan de snelheid toevoegen. Dat klopt ook wel, maar dat geldt vooral op vlak water. MAAR: zo'n overhangende boeg zorgt er bijvoorbeeld voor dat de kajak mooier over golven glijdt in plaats van dat de boeg telkens onder water verdwijnt en daar meer wrijving ondervindt en dus snelheid kost. Dat is maar een specifiek voorbeeld want het hangt echt af van wat om voor soort golven het gaat. Er zijn namelijk ook voorbeelden van soorten golven waar een scherpe kajak juist sneller is omdat ze er doorheen snijdt in plaats van buiswater te produceren.

  4. Het natte oppervlak

    Hoe kleiner het natte oppervlak van het deel van de kajak dat onderwater ligt, hoe minder weerstand of wrijving er tussen het water en de kajak is en hoe sneller de kajak is.
    Het tegenstrijdige hier is dat een korte kajak een klein nat oppervlak heeft en een lange kajak, die snel moet zijn, juist een hoog nat oppervlak heeft.
    Als je dat afzet tegen bovengenoemde voorbeeld van een hele brede EN hele lange kajak met vloeiende lijnen, dan is duidelijk dat deze kajak een hoge rompsnelheid zal hebben, maar ook dat het natte oppervlak groot is en dus meer wrijving heeft waardoor deze kajak alleen snel kan gaan door het gebruik van veel kracht voor de voortstuwing.

    Een slimme ontwerper zou dus best een snelle, korte zeekajak kunnen ontwerpen. Er zijn inderdaad voorbeelden van kortere zeekajak's die heel goed mee kunnen komen met langere. Uiteindelijk zal een kortere kajak het van de lange waarschijnlijk verliezen maar bedenk dus dat een lange kajak niet alleen zaligmakend is.

  5. Plaats van het breedste punt

    Zoals bij koersvastheid al besproken zal een kajak met de swedeform iets sneller zijn dan andere vormen.

  6. Hoeveel rocker de kajak heeft

    Als een kajak veel rocker heeft dan heeft deze meer diepgang en zal daardoor wat inboeten aan snelheid. DUS: als de kajak weinig rocker heeft draagt dat bij aan de snelheid. Dit is ook weer zo'n punt waar je met compromissen in het ontwerp te maken krijgt want veel rocker heeft weer effect op andere eigenschappen dan snelheid (denk bijvoorbeeld aan wendbaarheid en stabiliteit) zoals je elders op deze site kunt lezen.

Dus: ook hier zijn compromissen te sluiten bij een ontwerp.

Bijvoorbeeld:
  • In een kajak die een hoge rompsnelheid heeft, kan je die snelheid waarschijnlijk alleen bereiken als je genoeg spierkracht daarvoor hebt. Eigenlijk is dat alleen haalbaar voor goed getrainde (wedstrijd)vaarders.

  • Als je kijkt naar de stabiliteit van een snelle, maar smalle kajak, dan kan het best zijn dat je in een ruige zee zo erg op je evenwicht moet letten dat je helemaal niet toekomt aan het zetten van zoveel kracht dat je ook hard vooruit gaat.

    Ik heb eens een verhaal gelezen over een zeekajakrace waar een deelnemer, zeer tot verwondering van de overige deelnemers, met een zeer lompe zeekajak aan de start verscheen. Deze deelnemer won echter wel die race. Dat kwam omdat deze peddelaar een veel kortere route kon nemen. Er zat in het traject van de race namelijk een stuk met erg vervelende golven. De meeste deelnemers in hun minder stabiele, snelle kajak's moesten op dat punt een omweg maken. De peddelaar met de tragere, maar stabielere kajak ging echter dwars door dat ruige gebied en sneed daarbij zoveel af dat hij als eerste kon finishen. Uiteraard ging het hierbij ook om iemand die goed getraind was en dus ook zijn kajak voldoende "de sporen kon geven".

Je zou je dus ook kunnen afvragen wat de zin van een snelle kajak is?
Het gaat dus bij het snelheids-aspect weer om het maken van een keuze uit de doelen waarvoor je de kajak wilt gebruiken en waar je ermee wilt varen. En ook gaat het daarbij om of je vaardigheid en conditie genoeg hebt .

Eskimoteren

Of je met een zeekajak makkelijk kunt eskimoteren vind ik niet zo makkelijk te voorspellen ; laat staan dat ik geheel begrijp waarom dit makkelijk of moeilijk gaat.
Ook heeft nog nooit iemand me goed kunnen uitleggen wat de criteria zijn voor het makkelijk rollen van een bepaald kajakontwerp.

Het hangt van veel factoren af hoe een kajak rolt.

Een paar factoren in het ontwerp, waarbij ik niet helemaal om namen heen kan, zijn:

  • GodthabJe zou zeggen dat een smal en recht potlood zoals een Godthab (Lettmann) makkelijk rolt. Dat is echter niet het geval want we vonden hem tamelijk moeilijk draaien. Het kan zijn dat dit met de zit en kniepositie samenhangt.
  • explorerEen kajak die wel heel makkelijk rolt is bijvoorbeeld de Explorer (NDK). Maar een kajak met veel vergelijkbare eigenschappen zoals de Explorer, de Mariner (NorthShore), rolt juist iets moeilijker. Misschien dat de bredere, plattere bodem van de Mariner dat veroorzaakt. De Explorer daarentegen heeft een licht V-vormige en iets rondere bodem.
  • Een brede kajak met een vrij vlakke bodem rolt moeilijker dan een smalle en/of rondere kajak
  • Ondanks dat de Epic vrij weinig zeeg heeft, rolt deze redelijk goed. Dus een kajak met veel zeeg hoeft niet per definitie makkelijk te rollen, denk ik.

Er zijn ook een paar invloeden die niet direct in het ontwerp van de romp zitten, maar wel het rollen beïnvloeden:

  • Als de kuiprand aan de achterkant laag is dan kan je makkelijker rollen indien je bij het rollen achterover buigt.
  • De lage, platte inuit-replica's met knikspant-model, rollen erg makkelijk.
  • Een volgeladen zeekajak rolt vaak gemakkelijker dan in lege toestand. Misschien mag je daaruit concluderen dat als de kajak grotendeels onderwater ligt het rollen lichter gaat
  • Als de kniepositie zo is dat de knieën vrij hoog staan onder een hoog dek dan rolt de kajak ook moeilijker.
  • Als de knieën dicht bij elkaar onder het dek drukken is rollen moeilijker dan met de knieén in een bredere positie.
De verklaring voor moeilijk of makkelijk rollen zoek ik gevoelsmatig in:
  • De volumeverdeling tussen het volume van de kajak dat onder water en boven water ligt als de kajak op de zijkant in het water ligt.
  • En ook in de verhouding van breedte versus hoogte van de kajak.
  • Ook vermoed ik dat veel rocker (gebogen kiellijn) ook helpt om de kajak makkelijker te eskimoteren.

Maar verder heb ik (nog) geen compleet antwoord op de vraag waarom een kajak makkelijk rolt of niet.

Gedeeltelijk is het dus is een kwestie van zelf ervaren hoe een kajak rolt.

Ga lekker testen!

In 2007 heb ik in mijn weblog ook al eens geschreven over eskimoteren. Als je dat ook wilt lezen : klik dan hier

Stabiliteit (primair en secundair)

Als we bij zeekajak's over stabiliteit praten dan hebben we het over aanvangs- en eindstabiliteit (vaak ook genoemd primaire- en secundaire stabiliteit)
  • De aanvangsstabiliteit geeft aan hoe wankel (of niet) de kajak aanvoelt.
  • De eindstabiliteit heeft te maken met hoever je de kajak kunt kanten voordat deze omslaat.
In zekere zin is de eindstabiliteit voor een kajak dus het belangrijkst. De aanvangstabiliteit zou gewoon een kwestie van wennen moeten zijn; uitzonderingen daargelaten. Iemand met een minder soepele rug zal waarschijnlijk minder snel wennen aan een lage beginstabiliteit.

Voor beginners is stabiliteit een belangrijke eigenschap. Voor gevorderden, afhankelijk van hun doelstelling, is dat eventueel minder van belang.

Welke invloed heeft het ontwerp van een zeekajak op de stabiliteit.
Er zijn 3 aspecten die invloed hebben
  1. Breedte
  2. Vorm; en duidelijker: de dwarsdoorsnede van de kajak
  3. Roer (optioneel)

Ad.1 Breedte

Voor iedereen zal het duidelijk zijn dat een brede kajak stabieler is dan een smalle. De breedtes die bij zeekajak's voorkomen variëren van 50cm tot ca. 65cm

Ad.2 Stabiliteit en vorm

De vorm van de bodem in de dwarsdoorsnede van een kajak heeft veel invloed op de primaire stabiliteit van een zeekajak.
De meest gangbare bodemvormen zijn:
Ontwerpers kunnen voor de vorm kiezen uit talloze mogelijkheden: tussen Rond, ovaal en V-vormig naar vlak toe. Een waarschijnlijk kan je tussen rond, ovaal en V-vormig zelf ook nog combinaties maken.

Het zal duidelijk zijn dat een vlakke bodem de grootste primaire stabiliteit heeft. En een ronde bodem de laagste stabiliteit. Maar omdat een vlakke bodem op golven ook vervelende eigenschappen heeft wordt er vrijwel altijd voor een combinatie van vormen gekozen.

De secundaire stabiliteit wordt deels door de bodem (vooral bij V-vormig) en deels door de zijwanden van de kajak bepaald.
Als je een kajak met V-vormige bodem opkant dat merk je dat de stabiliteit toeneemt als het platte vlak van de V "op het water ligt".
Datzelfde zal je merken bij een kajak met een zijwand die tamelijk scheef staat:

Bij deze twee vormen zijn natuurlijk veel variaties mogelijk met hun bijbehorende effecten: een kajak met scherpe V-vorm zal een lagere primaire stabiliteit hebben.
En een kajak waarvan de zijwanden erg scheef staan voelt wel heel stabiel tot een zeker punt, maar het omslagpunt zal heel abrupt zijn. Ook zou het zo kunnen zijn dat zo'n kajak moeilijk te eskimoteren is. (in principe zit dit effect erin maar dat is door de ontwerper op ander aspecten mogelijk nog positief te beinvloeden)

Nog een vormaspect dat effect heeft op de stabiliteit is de overgang van bodem naar de zijwanden: de kimmen. Die kunnen hoekig zijn, maar die kunnen ook afgerond zijn met een kleine of een grote afronding.

  • scherpe kimmen leveren een stabielere kajak
  • ronde kimmen iets minder stabiel
  • MAAR: scherpe kimmen hebben een heel duidelijk omslagpunt terwijl rondere kimmen wat meer marge hebben in omslagpunt

Ad.3 Roer

De invloed van een roer is eigenlijk indirect. Als het roer groot genoeg is dan fungeert het als een soort stabilisator. Hij vertraagt de eventuele schommelingen van de kajak. Een beginner ervaart dat als stabieler, maar dat komt omdat zo'n peddelaar net iets trager reageert op bijvoorbeeld een golf. Die vertraging die het roer op de beweging heeft geeft nu meer tijd om met een heupbeweging te reageren op een golf.
Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik geen voorstander ben van een roer op een zeekajak, maar daar kom ik elders in deze site op terug.

Surfen

Surfen
Als je het bij zeekajakën over surfen hebt kan je daar op 2 manieren naar kijken.

Vaak kijkt men naar surfen als FUN: Hoe mooi en/of snel surft een kajak. Leuk in de branding, in tidal-races en in een zee met mooie golven.

Maar ook kan je er praktisch naar kijken: Voor beginners is surfen, vooral als het ongewenst gebeurt, soms een angstige ervaring omdat een kajak altijd de kans loopt uit te breken met een kans op omslaan daarna.

Voor dit tweede geval is het handig dat er kajak's zijn die de eigenschap hebben dat je naar wens wel of niet surft. Met andere woorden dat zijn kajak's die niet spontaan of maar moeilijk in een surf komen zodat je de meelopende golven onder je door kunt laten rollen. Terwijl je, als je wel wilt surfen, moet aanzetten om de snelheid te krijgen waarbij de kajak wel gaat surfen.

Zo'n kajak heeft daarom een bepaalde mate van latente veiligheid omdat er altijd omstandigheden kunnen zijn waarbij je niet wilt surfen. Daarentegen kan het ook zo zijn dat, als de zee zich daarvoor leent en je een grotere afstand sneller wilt afleggen, je ervoor kunt kiezen de kajak bewust wel in een surf te brengen.

Surfen en kajak-ontwerp
De vraag welke kajakvorm een kajak goed of slecht laat surfen kan ik niet helemaal beantwoorden. Tijdens het testen van kajak's zijn we vooral bij het beoordelen van de surf-eigenschappen tegen het effect gelopen wat de vorm van de boeg is.
Maar ook de scheg en je peddeltechniek heeft invloed:

  • De boeg
    Een kajak met een heel scherpe boeg en een boeg met een laag volume kan zich bij surfen op meelopende (kortere) golven, ingraven tot een groot deel van het voorschip onder water zit. Als de golven hoog genoeg zijn zou je daardoor zelfs over de kop kunnen slaan. Maar in ieder geval gaat zo'n boeg de kajak afremmen waardoor het vlakkere achterschip het voorschip wil gaan inhalen: uitbreken dus. Dit kan, afhankelijk van de kajak, zo snel gaan dat er een kans op omslaan is omdat je daarbij dwars op de golf eindigt bij de uitbreken.

    Er zijn natuurlijk ontwerpaspecten die deze eigenschap kunnen verzachten. Ik kan me voorstellen dat een lange kajak, of een kajak met relatief lange, scherpe boeg, beter surft. Maar ook hier geldt weer dat surfen in de mix van eigenschappen zit die een compromis vormen.

    Goed surfen betekent ook weer dat andere eigenschappen weer minder goed scoren.
    Bijvoorbeeld: een kajak met een volumineuze boeg zal waarschijnlijk beter surfen. Zo'n volumineuze boeg zal, varend tegen de korte golven in, echter veel buiswater geven waardoor je nat wordt en ook de kajak wordt afgeremd door elke golf. Dat is dan ineens een nadeel tenzij je alleen maar peddelt op de open zee waar je zelden korte, steile golfslag hebt.

  • De variabele scheg
    Een ander ontwerpaspect dat invloed heeft op surfen, is de variabele scheg, die tegenwoordig op bijna elke zeekajak is aangebracht.

    Door de scheg in een meelopende zee (geheel) te laten zakken wordt in ieder geval het uitbreek-effect verminderd of, als je geluk hebt, geheel voorkomen.

    We hebben kajaks getest die, met de scheg geheel omlaag, waanzinnig hard konden surfen. Maar dat waren vaak ook kajaks waarvan de scheg vaak wat aan de grote kant was. Zo'n grote scheg houdt de kajak, op surfsnelheid, dus beter op koers.

    Er zijn uiteraard nog ander factoren die invloed op surfen hebben. Denk aan de vorm van de kimmen. Scherpe kimmen maken dat de kajak beter reageert op opkanten. Als de peddelaar voldoende kundig is met het opkanten kan dat bijdragen aan de bestuurbaarheid tijdens het surfen.

    Maar die kimmen zijn natuurlijk ook weer een onderdeeltje van de compromis-mix van het betreffende kajakontwerp.

  • Techniek
    Je eigen techniek heeft ook effect op hoe je kajak surft.

    Bij een kajak met minder volume in de boeg zou het kunnen gebeuren is dat de boeg zich ingraaft. Dan is de surf weg of je slaat om of je komt dwars te liggen.

    Je kunt dat met techniek vaak een stuk verbeteren door dan in de kuip zo ver mogelijk naar achter te leunen terwijl je op je linker- of rechter peddelblad steunt en/of er ook mee stuurt. Je verlicht zo de druk op het voorschip waardoor de kajak ineens beter kan gaan reageren op de surfcondities.

    En verder heb je natuurlijk nog een heel arsenaal aan stuur- en steunslagen waar je gebruik van kunt maken. Maar dat gaat buiten het bereik van dit verhaal over de invloed van het kajak-ontwerp.

Boegvorm

De boegvorm is bij andere ontwerpaspecten al ter sprake geweest. Hier komen die punten bij elkaar.

Je zult zien dat er veel verschillende compromissen ontstaan.
  1. Een scherpe boeg

    Een scherpe boeg draagt bij aan de snelheid van het kajak-ontwerp en zal ook mooi door golven snijden. Meestal heeft zo'n boeg echter minder volume waardoor deze met meelopende golven best diep kan gaan. Ook in de branding kan je makkelijker met de boeg onder duiken en over de kop gaan tijdens surfen in hogere golven.

  2. Een bolle boeg

    Een bolle boeg heeft van de nadelige eigenschappen van een scherpe boeg natuurlijk minder last. Maar daar staat tegenover dat een kajak met deze boegvorm minder snel is en ook meer spat in golven. De kajak vaart dan dus natter zoals men dat noemt. Maar zo'n boeg vaart wel heel goed in een ruige zee.

  3. Een holle boeg.

    Deze is van onder scherp en waaiert naar boven toe wijder uit. Dit is een compromis tussen de beide bovengenoemde vormen. Op vlak water of in kleine golven is zo'n boeg snel en spat minder. Als een holle boeg echter een golf tegen komt zorgt de bovenkant, die door het uitwaaieren meer volume heeft, ervoor dat de boeg niet zo ver zal zakken. De boeg heeft meer lift. Mogelijk dat de boeg dan in een flinke golf toch nog wat spettert. Maar dit zal wel minder erg zijn.

  4. Een hoge boeg

    Met de hoogte van de boeg kan je ook zo´n positief effect aan een scherpe boeg toevoegen. Deze boeg die, afhankelijk van de hoogte veel volume kan hebben, zal snel zijn en heel droog varen. Van opzij gezien ziet zo'n boeg er erg kolossaal uit. Als de kajak goed ontworpen is kan dat best heel mooi zijn om te zien omdat je zeer waarschijnlijk een mooie zeeg in de deklijn hebt. Zo'n hoge boeg heeft ook een nadeel, (natuurlijk) want als je in wind en golven vaart hebben zijwind en/of golven van opzij de neiging om de boeg opzij te sturen waardoor de kajak afvalt. Met voldoende techniek is dat (meestal) wel te corrigeren. Dit zegt echter wel iets over het niveau dat de peddelaar moet hebben.

Van vaste- naar variabele scheg

vaste scheg en ophaalbare scheg

kajak-ontwerpers bogen zich in de begindagen van het zeekajakën in Europa ook over mogelijkheden om kajak's minder gevoelig voor oploeven te maken. Daarvoor ontwierpen ze een vaste scheg (ook wel integrale scheg genoemd) aan de achtersteven van kajak. De kajak's werden zo veel koersvaster en omdat de voor- en achterzijde van het zijaanzicht van het onderwaterschip meer in balans kwam werden daardoor minder gevoelig voor oploeven. De grotere koersvastheid was voor toepassing op zee geen bezwaar.
Een nadelige eigenschap was echter dat zulke kajak's bij sterkere wind gingen afvallen op sommige koersen ten opzichte van de wind.
Door een deel van deze vaste scheg af te zagen verminderde het afvallen, maar vermeerderde het oploeven weer iets.
Hier is duidelijk sprake van een compromis.
Het afzagen moet natuurlijk in kleine stukjes gebeuren voor het bereiken van het goede compromis dat alleen voor jou zelf geldt.

In de periode na de vaste scheg is de ophaalbare of variabele scheg uitgevonden waarmee je het onderwater schip voor (bijna) elke situatie kunt trimmen. Zie het artikel over de geschiedenis van de scheg op mijn blog.
De meeste zeekajak's uit de tegenwoordige periode hebben daarom ook zo'n variabele scheg. (kajak's met roer soms uitgezonderd)
Heb je nog een kajak met vaste scheg, dan hoef je die heus niet te verkopen want je kunt er nog steeds best goed mee varen. In verband hiermee kan opgemerkt worden dat je, varend in wind en golvend water, minder last van oploeven hoeft te hebben omdat kajak's dan vaak wendbaarder zijn. Varend boven op een golftop is de waterlijn heel even korter waardoor je op dat moment makkelijker een koerscorrectie kunt uitvoeren. De kunst is dus wel om dat precies dan je koers bij te stellen met een peddelslag!

Bij aanschaf van een kajak kan je bij de techniek van de scheg letten op:
  • Het is prettig als je de knop van de schegbediening kunt zien of in ieder geval makkelijk kunt voelen.
  • De knop moet ook met koude vingers te bedienen zijn.
  • Het is prettig als de knop niet boven het dek uitsteekt ; Als je met koude handen zo'n uitstekende knop zou raken kan dat pijnlijk zijn.
Bediening van de scheg
  • loeft de kajak op (draait naar de wind toe) laat dan de scheg iets zakken door de schegbediening iets naar voren te schuiven. Doe dat in kleine stukjes net zo vaak tot de kajak neutraal vaart. Dus niet de scheg in 1 keer helemaal laten zakken want dan gaat de kajak waarschijnlijk afvallen. Je hoeft niet de illusie te hebben dat de scheg na dit proces zo ingesteld kan blijven. Het kan best zijn dat de scheg regelmatig een beetje moet bijstellen.
  • Valt de kajak af (draait met de wind mee), kijk dan eerst eens naar je scheg. Staat de scheg (iets) naar beneden, haal dan de scheg een klein beetje op door de schegbediening iets naar achter te trekken. Doe dat in kleine stukjes net zo lang tot de kajak weer neutraal vaart. Ook hier is vaak regelmatig bijstellen nodig.
    Als de scheg helemaal is opgehaald en kajak valt nog steeds af, dan kan de scheg helaas niets meer voor je doen.
  • Gelukkig komt dat niet zo vaak voor bij een kajak met variabele scheg. In het geval dat de kajak toch afvalt moet je overstappen op peddeltechniek door bovenop een golftop (of vlak ervoor) een boogslag te maken tegelijkertijd met het opkanten van de kajak.
  • Lees op deze site nog eens na wat de oorzaken zijn van afvallen van een kajak met variabele scheg. Mogelijk heb je de kajak verkeerd beladen en kan je dat in de toekomst voorkomen.
  • Door te luisteren naar je schegblad kan je ook bepalen of hij te diep staat voor bepaalde omstandigheden. Als er namelijk geen druk van het water op de scheg staat zal hij een beetje klapperen. De functie van het schegblad is namelijk om tegendruk aan het water te bieden waardoor deze niet meer oploeft. Bij klapperen loeft hij niet op en kan je het blad dus ophalen. TENZIJ: stel dat het windstil is en je zit al varend gezellig te kletsen. Dan zou je de scheg kunnen laten zakken waardoor de kajak heel koersvast wordt en je al kletsend niet zoveel op corrigeren hoeft te letten.

Gedrag in golven

Het gedrag in golven is een punt dat bij ontwerp-aspecten van een kajak ook al is aangestipt op deze website.
Daarom benader ik het gedrag van een zeekajak in golven op deze bladzijde vanaf de andere kant door te redeneren vanuit de verschijnselen of ervaringen op zee.
  • Soort golven

    Maar eerst een overzicht van de soorten golven die we kunnen tegenkomen. Ik beperk me daarbij tot niet-brekende golven omdat in brekers of branding heel andere eigenschappen van de kajak naar voren komen.

    • Lange zeedeining (die best hoog kan zijn). De meeste zeekajak's zullen daar prima functioneren.
    • Korte golven die meestal ook wat steiler zijn.
    • Een warrige zee met kruisende golven of Clapotis-golven

  • "Nat" of "droog" varen (spatwater)

    Een kajak met een scherpe boeg die daarbij ook nog eens veel volume in het voorschip heeft zal normaal gesproken droog varen omdat de boeg zonder veel weerstand door golven snijdt en daardoor weinig spatwater produceert.
    Het tegenovergestelde is een kajak met een rondere boeg en veel volume in het voorschip, die zeer waarschijnlijk veel spatwater geeft.
    Het volume van de boeg heeft wordt mede bepaald door de zeeg van de kajak. Een grote zeeg resulteert bijna vanzelfsprekend in een hogere boeg die daardoor dus meer volume krijgt en minder snel in een golf verdwijnt. Volume dat pas functioneert als je een golf passeert.
    Je kunt met de variabelen "scherp" of "rond", "veel en weinig of volume" en "hoge en lage boeg" een heleboel tussenvormen bedenken voor meer of minder spatwater. Ik denk echter dat de variabele "scherp" of "rond" de belangrijkste is.
    Niet dat je daarom een kajak met een minder scherpe boeg moet afwijzen want zo'n kajak heeft beslist ook goede andere eigenschappen.

  • Gedrag in golven van opzij

    Als je op zee de golven van opzij krijgt dan is de dwarsdoorsnede van de kajak en ook het formaat van de boeg van invloed.
    Als voorbeeld noem ik een brede kajak met tamelijk vlakke bodem: deze kajak zal erg met het wateroppervlak meebewegen. Die beweging compenseren is erg vermoeiend gedurende enige tijd. Daarom is het devies is om te durven mee te bewegen met je lichaam in de beweging van de kajak: laat de kajak haar eigen gang maar gaan. Dat is niet moeilijk maar daar moet je aan wennen.

    Een smallere kajak met een minder vlakke bodem zal veel meer rechtop blijven zodat je zelf ook meer rechtop blijft zitten.
    Beide situaties hebben voor- en nadelen. Zelf heb ik geen voorkeur, maar in een met de zee meebewegende kajak heb je wel het idee dat je één bent met de zee.
    Overigens zal je hetzelfde onderscheid qua meebewegen ook hebben bij 2 kajak's die allebei even smal zijn en waarbij je een vlakke romp met een rondere vergelijkt.
    De genoemde ervaring komt vooral in korte golfslag voor, maar in iets mindere mate ook in zeedeining.

  • Impact van golven van opzij

    Op deze site is onder andere gesproken over de hoek van zijwanden van de kajak. Als die wanden tamelijk scheef staan dan rollen golven tamelijk makkelijk onder de kajak door. Staan de wanden van de kajak meer verticaal dan lopen de golven er minder makkelijker onder door. Van een kajak met een dergelijk profiel zegt men dat hij naar Oost-Groenlands model is. Van oudsher is Oost Groenland een gebied waar de Inuit in grote golven moesten varen.
    Een steile golf met een brekend kopje kan een kajak die steilere wanden heeft best een tik geven zodat je soms een (lage) pedelsteun moet maken om dat op te vangen als je niet wilt omslaan.
    Dat zelfde effect heb je bij een kajak met een hoge boeg . Alhoewel zo'n kajak de mooie eigenschap heeft dat hij makkelijk door de golven snijdt, kan hij van opzij ook zo'n tik van een golf krijgen waar je op moet reageren. Overigens hebben de meeste moderne kajaks tegenwoordig niet meer zo'n hoge boeg.
    De hier genoemde impact komt vooral in korte golfslag voor. Maar ook in zeedeining kan je ermee te maken hebben. Vooral als bovenop een kleine, brekende kop zit

  • Koersvast of beweeglijk

    Een wendbare en (eventueel kortere) kajak zal heel beweeglijk over de golven bewegen. Dat moet je vooral zijdelings zien in die zin dat de kajak een beetje heen en weer zal meebewegen met de golven. Je hebt daarmee (als je tenminste daarin mee gaat) het gevoel dat je één bent met het water. Naar mijn beleving dans je dan met de kajak over het water. Dat wil niet zeggen dat het moeilijk is om koers te houden. In tegendeel: zo'n kajak reageert op elke stuurslag waardoor je heel makkelijk de gewenste koers kunt aanhouden. Overigens kan je dat gedrag wel wat dempen door de scheg geheel of gedeeltelijk te laten zakken. (daarbij moet je wel zorgen dat de kajak niet gaat afvallen)
    Nemen we het andere uiterste: een koersvaste volumineuze kajak. Dan zal je ervaren dat deze kajak vooral als een oceaan-stomer over de golvende zee vaart. Ook een bijzondere ervaring. Aangezien alles in een kajak-ontwerp een compromis is zal het je niet verbazen dat zo'n koersvaste kajak nog een ander effect heeft. Als je van koers wilt veranderen in golven en een tamelijk sterke wind, dan zou dat best veel moeite kunnen kosten. Het zou kunnen gebeuren dat de kajak, als je tijdens de koersverandering op een bepaald moment dwars op de golven vaart, dwars op de golven blijft hangen. Het kost dan veel moeite om verder tegen de wind in of van de wind af kunt draaien. Iets wat je bij een wendbare kajak veel makkelijker lukt.
    Een andere ervaring kan zijn dat, terwijl je in een koersvaste kajak zit en schuin tegen de wind in vaart, de boeg daarbij telkens wanneer je bovenop een golf zit, opzij wordt geblazen zonder dat je kans ziet dit (makkelijk) te corrigeren. Dit is uitvoerig omschreven bij het afvallen
    De geschetste beweeglijkheid zal je vooral in korte golfslag ervaren. Op zeedeining is een koersvaste kajak wel ideaal.

  • Over de golven glijden of erdoorheen snijden

    Hierboven werd al genoemd hoe een kajak over de golven kan glijden.
    Maar als je naar de boeg kijkt maakt het een heel verschil als je met een kajak, die een minder scherpe boeg heeft, tegen de wind in over golven vaart. Je loopt daarbij de kans door elke golf afgeremd te worden terwijl een scherpere kajak zonder veel spatwater door de golven kan splijten. Het moge duidelijk zijn dat het hier gaat om korte golfslag.
    Draai je de vaarrichting om naar "met de wind mee" onder dezelfde condities, dan heb je met een scherpe kajak een tegengestelde ervaring ten opzichte van de kajak met die volumineuzere boeg. Die zou wel eens heel aangenaam kunnen surfen. Of ieder geval heb je met de volumineuze boeg geen kans dat de neus zich door een golf onder water laat duwen. Maar met een kajak die een scherp voorschip heeft, kan het je in forsere golven gebeuren dat je, al surfend, steeds verder de golf in boort. Soms zelfs tot aan je kuiprand toe. Heel spannend.

  • Stabiliteit

    Met name in een warrige zee zullen stabielere zeekajak's een voordeel hebben. Alhoewel dit ook sterk van de vaarcapaciteiten van de peddelaar afhangt.
    Minder stabiele kajak's hebben het met beginnende peddelaars vaak ook moeilijk als ze dwars op een korte golfslag varen.

Stellingen

Elke zeekajak heeft voor en nadelen.

De meeste zeekajakkers kopen eerst een kajak en gaan dan een test erover lezen

Elk kajak-ontwerp is een compromis

Als de kajak je goed past kan je wennen aan de minpunten

Een kajak wordt veel beter als je de kajak aanpast aan je lichaamsbouw

Je hoeft geen kajak-test te lezen; je kunt een kajak makkelijk zelf testen.